Enjoy free delivery on all orders over €50

Eskobablog 15 - Een tandje - of tand - minder

Loop jij vast in je huishouden, vind je dat je te veel spullen hebt, of wil je/moet je bezuinigen?

Toevallig las ik kort geleden verschillende interviews met mensen die hier ervaring mee hadden. Allemaal zeggen ze eigenlijk hetzelfde: hoezeer hun leven positief is veranderd nadat ze gingen opruimen, ontspullen of minimaliseren. Nu ben ik zelf opruimcoach dus het verbaast me totaal niet, en bovendien ken ik het ook uit eigen ervaring.

Tip voor je begint

Als je zelf aan de gang gaat, denk dan eens aan het Pareto-principe. Nooit van gehoord? Dit principe staat ook bekend als de 80/20-regel. Deze wordt voor heel veel dingen gebruikt. In de opruimwereld betekent het dat je 80% van de tijd maar 20% van je spullen gebruikt.

Je kunt dus probleemloos zónder een heleboel dingen. Als het goed is, weet je dat eigenlijk wel. De kans is groot dat je, net als veel andere mensen, allerlei voorwerpen in je huis hebt die je zelden of nooit gebruikt. Veel vrouwen zullen het beeld herkennen van een kast vol kleren, terwijl je eigenlijk altijd een paar favoriete combinaties draagt. Of de neiging die we hebben om mooiere, modernere spullen te kopen, terwijl onze huidige spullen nog niet aan het eind van hun levensduur zijn. En dan houden we beide, maar gebruiken die oude eigenlijk nooit meer.

Nu kun je, in het kader van een tandje minder, dus twee dingen doen: ofwel je koopt die mooiere nieuwe versie dus niet. Ofwel je verwijdert de oude versie uit je huis, bijvoorbeeld door die een tweede leven te gunnen. Is dat eigenlijk niet veel leuker, dat iemand anders er nog iets aan heeft?

Het kan écht een stuk simpeler

Nog even terug naar die ervaringsdeskundigen. Psychologie Magazine nr. 9 van dit jaar besteedde uitgebreid aandacht aan het thema “Simpeler leven”. Het ging bijvoorbeeld over Leanne, die haar leidinggevende functie opgaf en daardoor veel minder geld te besteden kreeg. Zonder problemen paste zij haar uitgavenpatroon aan, want in haar nieuwe leven was ze veel gelukkiger. Er kwam ook een gezin met vijf kinderen aan bod die minimalistisch leven en genieten van de ruimte om hen heen. "Ook de pubers vinden het prettig dat in hun kamer alleen staat wat ze echt chill vinden. [...] Geen prulletjes waar hun toch al zo chaotische puberbrein door wordt afgeleid. En ruzie over rotzooi hebben we dus ook nooit."

Zo waren er nog enkele voorbeelden van hoe heel verschillende mensen hun leven in hebben gericht onder het motto "simpeler". Het leuke is dat je eruit kan pikken wat je bevalt, wat eventueel in jouw levensstijl zou passen. We willen tenslotte niet allemaal onze baan opgeven of in een tiny house wonen, maar toch kunnen de keuzes van andere mensen ineens heel inspirerend zijn. Alleen al omdat het een bevestiging is: het kan dus echt!

Ontdek!

In de Linda van juni stond een artikel van journaliste Renee Lambo, die zelf na een scheiding met een flinke schuld kwam te zitten en zich daaruit wist te bezuinigen. Precies, geen etentjes buiten de deur meer, niet meer zomaar kleding kopen, het broodabonnement en allerlei andere luxe extraatjes stopzetten (!). Aan het eind van het verhaal bleek ze er goed bij te gedijen en ondervond ze dat ze al die dingen helemaal niet nodig had. Een enorme ontdekking! Ze kreeg er oprecht plezier in en was apetrots op zichzelf. "Na een paar weken kreeg ik er lol in. [...] Blijkt dat consumeren dus niet de basis is van groot geluk."

En dat laatste is natuurlijk helemaal waar! Zo kan dit een goede aanmoediging voor je zijn als je zelf in zo’n situatie zit, of als je erover denkt om te gaan ontspullen of consuminderen. Het kan echt levensveranderend zijn. En als het niet zo'n diepe impact op jou heeft (en dat hoeft ook niet per se), dan merk je toch de voordelen van een leger, makkelijker huis.

Iedereen geeft aan ontspullen of opruimen een andere invulling. Dat is prima, als het maar werkt voor je. Ik blijf zeggen: “Less is more.” Meer ruimte, meer vrijheid, meer tijd, meer geld.

Eskobablog 14 - Boeken: ben jij een boekenbewaarder of geef je ze een tweede leven?

Wat is eigenlijk de beste aanpak voor overtollige boeken? Een kennis vroeg me dit laatst, nadat zij verhuisd was en eigenlijk te veel boeken had meeverhuisd. Dat is ook een lastige kwestie voor veel mensen. Had ze het me maar eerder gevraagd! Want als opruimcoach heb ik wel een advies paraat.

Een belangrijke hobbel is dat velen van ons zijn opgevoed met het idee dat je zuinig moet zijn op je boeken. Boeken zijn waardevol en symboliseren wijsheid en kennis. Boeken hoor je met respect te behandelen. Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Met een boek mag je niet gooien!”

Tot ver in de jaren ‘50 was het best bijzonder als mensen zelf boeken bezaten. Met de introductie van het pocketboek kwam het boekenbezit binnen het bereik van gewone mensen, en tegenwoordig heeft bijna iedereen wel boeken, zelfs als je alleen maar op vakantie leest. Maar het gevolg is dat veel mensen volle boekenkasten hebben die soms in de weg zitten. Boeken zijn nog steeds niet goedkoop en ook dat maakt het niet makkelijker om er afscheid van te nemen. Dus wat doe je met al die boeken?

Maak onderscheid

Het helpt, om te beginnen, om boeken als een gebruiksvoorwerp te gaan zien, zoals alle andere gebruiksvoorwerpen in huis, en niet meer als ‘half heilig’. En dan komt het schiften. Je kunt je boekenverzameling indelen in vier categorieën:

Om te beginnen je favorieten en echt nuttige boeken. Dus dat zijn de boeken die je nog gebruikt, die je herleest of die iets bijzonders voor je betekenen. Dit zijn dus de blijvertjes. Twee, boeken die je bezit en die je toch niet gaat lezen of gebruiken. Als derde noem ik de boeken die je wel hebt gelezen maar die je misschien nooit gaat herlezen. De vierde soort zijn boeken die je nog wilt gaan lezen. Deze indeling maakt het makkelijker om je eigen bibliotheek eens kritisch te bekijken en de toegevoegde waarde van ieder boek te bepalen. Bij de meeste mensen is het de tweede en derde categorie waar de meeste winst valt te behalen.  

Toen ik zelf met mijn boeken aan de gang ging, heb ik van ieder boek bepaald of ik het eventueel wilde herlezen (ik had vooral boeken uit categorie 1 en 3) en als dat een 'ja' was, dan ging ik het ook doen. Ik werkte me gestaag door een stapel heen, met als bijkomend voordeel dat ik een hele tijd voorzien was van gratis leesvoer. Meestal wist ik al vrij snel of dat een goede keus was. Zo nee, dan kon het boek overduidelijk weg. Zo ja, dan was de vraag of ik het nog een keer zou willen herlezen. Zo ja, dan bleef het boek, zo nee, dan ging het weg. Ik hoef er niet bij te zeggen dat deze methode wel tijd kost, afhankelijk natuurlijk van hoe snel je leest.

De drempel over, letterlijk en figuurlijk

Dan heb je een stapel boeken waarvan je hebt vastgesteld dat hij de deur uit kan. En wat doe je dan, in praktische zin, met al die boeken?

Boeken waarin andere mensen interesse zouden kunnen hebben: je kunt beginnen de boeken met de ruggen naar boven in een doos te doen en ze aan je familie en vrienden aan te bieden, met de instructie dat je ze niet terug hoeft en zij de boeken eventueel door mogen geven. Of je kunt ze wellicht op een apart plankje zetten. Verkopen kan een idee zijn, op Koningsdag bijvoorbeeld, of aan De Slegte, de tweedehandsboekenzaak. Sommige kringloopwinkels nemen ook boeken in.

Ook een mogelijkheid: tegenwoordig zie je in veel buurten ruilboekenkastjes. Dat vind ik een sympathieke manier om je boeken een tweede leven te gunnen. Want dat is het, en dat maakt het ook makkelijker: denk aan het plezier dat iemand anders van jouw boeken kan hebben. Wees wel kritisch op wat je erin zet: soms vind ik in die kastjes achterhaalde kookboeken uit de jaren ’70, en daar zitten niet zoveel mensen op te wachten. Want soms zijn boeken echt ouderwets geworden, niet meer actueel en zonder nostalgische waarde. Domweg niet alles hoeft een tweede leven te krijgen.

Kun je het over je hart verkrijgen om ze in de oudpapierbak te gooien? Zelf moest ik een flinke drempel over toen ik dat de eerste keer ging doen. (Ik kreeg er op straat zelfs commentaar op. “Vindt u dat niet zonde?” “Nee mevrouw, van déze boeken is het niet zonde.”) Maar met studieboeken lukte me dat wel. Destijds heb ik nog aan De Slegte gevraagd of ze belangstelling hadden, maar nee.

Andere boeken dan leesboeken

Oude leer- of studieboeken zijn, vind ik, eigenlijk een categorie apart: moet je ze bewaren als herinnering of als naslagwerk? Houd er rekening mee dat de stof in studieboeken kan verouderen en dat veel informatie inmiddels op internet is te vinden. Hetzelfde geldt uiteraard voor reisgidsen. Kookboeken: gebruik je uit een boek maar enkele recepten, dan kun je overwegen om daar een kopietje van te maken en het boek de deur uit te doen. En je oude encyclopedie? Dat is het ultieme voorbeeld van boeken als symbool van kennis en waarde. Die ook nog eens veel plaats inneemt en weinig wordt gebruikt.

Ben je er aan toe om je boekenkast op te ruimen maar heb je moeite met boeken wegdoen? Probeer het eens volgens bovenstaande methode. Denk daarbij dan aan het leesplezier dat iemand anders kan hebben van jouw boeken. Dat helpt!

En schaf je nog nieuwe boeken aan, of ben je inmiddels overgestapt op de e-reader?

Eskobablog 13 - Voorjaarsopruiming

Je kunt er moeilijk omheen de laatste tijd: het is voorjaar geworden! Dus is er in veel tijdschriften en op de sociale media weer aandacht voor de ouderwetse voorjaarsschoonmaak, die steeds vaker wordt gekoppeld aan een nieuwerwetse opruimactie. Samen met schoonmaaktips, waar ik soms mijn voordeel mee doe. (Geef ik eerlijk toe!)

Aan de slag

Bij het woord voorjaarsschoonmaak krijg ik altijd een beeld voor ogen van de jaren ’50: een huisvrouw in schortje die met een mattenklopper in de weer is. Maar er zijn gelukkig wel een paar dingen ingrijpend veranderd sinds die tijd. Om te beginnen zijn onze huizen veel makkelijker schoon te houden (geen kolenkachels meer, veel gladde vloeren) en hebben we daar ook veel handiger spullen voor. Maar tegelijkertijd is het ook lastiger geworden, want onze huizen staan veel voller, we hebben veel meer spullen dan toen.

Een paar keer per jaar je huis door gaan en wegdoen wat er weg kan, is een altijd goed idee. (Of je nu wel of niet schoonmaakt.) Je kunt het op verschillende manieren aanpakken. Het is belangrijk om een manier te vinden die bij jou, jouw situatie en jouw huis past, zodat je snel resultaat boekt. Marie Kondo, de bekende Japanse opruimgoeroe, wil dat je per categorie opruimt. Dan moet je uit alle ruimtes alle spullen van dezelfde categorie bij elkaar brengen. Wat prima kan werken, maar ik zie het ook als een mogelijkheid (of risico) om afgeleid te raken. Per kamer of ruimte opruimen kan ook. Maak in dat geval een aparte doos of zoiets waar je tijdelijk spullen in kunt bewaren die naar een andere ruimte moeten. Dan doe je dat allemaal in een keer aan het eind van de sessie of de dag.

Kies waar je begint

Wordt alleen al het idee van je huis opruimen je te veel? Kies dan een heel specifieke ‘regio’ in het huis en begin daar: bijvoorbeeld alleen de badkamer, alleen het linkerkeukenkastje, alleen de speelgoedkast. Zelfs je kledingkast kun je in gedeeltes aanpakken: dan doe je eerst alleen de T-shirts, dan de winterkleren, dan het ondergoed. Het toverwoord is altijd: focus. Als je aan een klus begint, maak die dan ook af en weersta de verleiding om tussendoor andere dingen te gaan opruimen. Alleen al daarom raad ik van harte aan: maak je project niet te groot, want dan krijg je het niet af.

Zodra je een beetje ervaring opdoet met het opruimen, wordt het makkelijker, en je gaat de ruimte om je heen waarderen. Dan kun je steeds lastiger klussen aan en kun je uiteindelijk beginnen aan spullen met sentimentele waarde.

En de klus afmaken

Denk vantevoren even na over wat je gaat doen met de dingen die weg kunnen. Marktplaats, kringloop, vuilnis, weggeven aan bekenden? Wat betreft Marktplaats is het ook handig om even stil te staan bij wat je gaat doen als je iets niet kunt verkopen. Kom je dingen tegen waarvan je het niet weet? Schrijf die even op en doe later wat onderzoek/rondvragen naar wat je hiermee kan. Bijvoorbeeld oude fotoboeken of oude bontjassen, die je misschien hebt geërfd. Ik geef alvast een voorzetje: er zijn tegenwoordig leuke apps waar je snel fotoboeken mee kunt scannen (met hele pagina’s tegelijk). Bontjassen mogen worden ingeleverd bij het Leger des Heils, of kun je doneren aan Bont voor Dieren. Heb je een doos voor de kringloop of een zak voor de kledingbak? Breng het meteen weg als dat kan of zet het vast in je auto.

Kun je je opruimactie als een investering zien in je eigen leven, voor een sneller schoon te houden huis, meer gemak om dingen te vinden? Dat geeft je motivatie! Toch lastig? Een opruimcoach kan je komen helpen met een paar uur gestructureerd werken. Kijk voor meer info op www.eskoba.nl.

Eskobablog 12 - Bereik meer met minder

Met mijn blogs en mijn werk als opruimcoach wil ik overbrengen dat iedereen meer vrijheid kan ervaren door alles op te ruimen. Mensen inspireren om die kant van het leven uit te proberen. Het lijkt een reuzengroot cliché maar het is waar: meer ruimte in je huis geeft meer ruimte in je hoofd. En ga je verder op het pad van het efficiënter maken van je leven, dan kun je die vrijheid echt gaan ervaren. Dan kun je meer aandacht geven aan wat jij belangrijk vindt. Kom je als mens veel beter tot je recht. Het vergt keuzes maken, soms kan dat moeilijk zijn, maar daarna is het leven een stuk overzichtelijker en merk je dat je echt veranderd bent.

Weg met de franje

Je leven simpeler maken is niet alleen een kwestie van je huis opruimen. Regelmatig zie ik op Facebook berichten voorbij komen van minimalistische ‘goeroes’ en dan staat daar vaak een foto bij van een witte tafel, met witte stoelen en dan één groen plantje erop. Dat vind ik zo’n verkeerd beeld! Want daar gaat het helemaal niet om. In de levensstijl van de minimalisten van tegenwoordig draait het om de kwaliteit van het leven en geen tijd en energie verspillen aan dingen die er (volgens hen) niet toe doen. Het gaat dus eerder om het wegnemen van de overbodige franje, zodat je tot de kern kunt doordringen van… ja, alles eigenlijk. Je kasten, je financiën, je papierwinkel, je dagindeling en agenda. Jouw persoonlijke prioriteiten komen, kortom, beter tot hun recht.

Geen opruimtips maar handvatten

Je kunt op allerlei verschillende manieren je leven eenvoudiger maken. In plaats van hier opruimtips te geven die je op allerlei plekken kunt vinden, geef ik handvatten:

‘Nee’ leren zeggen is een hele goede. Ik weet het, dat valt niet mee, maar oefening baart kunst. Begin eenvoudig: een collega gaat naar de koffieautomaat en vraagt of je ook iets wilt. Zeg eens “nee, dank je”.

Je bent echt niet verplicht om allerlei dingen te doen. Je hoeft je nee ook niet te verdedigen.

“Nee, deze keer laat ik aan me voorbij gaan.”

“Nee, echt niet.”

“Nee, dat is niets voor mij. Dank je wel voor het aanbod hoor.”

Heb je ooit van de 80/20-regel gehoord? Dat betekent dat je 80% van de tijd maar 20% van je spullen gebruikt. Het wordt veel gebruikt voor kleding maar het werkt ook voor andere dingen. Je kunt dus veel ‘elimineren’ zonder dat je het echt voelt. Dat is een voorbeeld van die franje waar ik het hierboven over heb. En is die weg, dan is er lucht en lichtheid en ruimte. Concreet voorbeeld: als die kledingkast leger is en de keus dus minder, sta je ook minder lang te aarzelen. (Google eens op capsule wardrobe en je zal zien wat ik bedoel.)

Vaste gewoonten helpen. Aaf Brandt Corstius schreef er een column over in Flow nr. 8/2018: maak een afspraak met jezelf als je iets wilt doen, zet het in je agenda en behandel het net als iedere andere afspraak waar je wordt verwacht. Dan hoef je er niet meer over na te denken, en dat geeft ruimte in je hoofd (en tijdwinst, niet te vergeten). Werkt goed voor bijvoorbeeld goede voornemens als sporten, opruimen, vier keer per week gezond koken, verzin het maar.

Nee, niet saai

Wordt het leven hier saaier door? Nee, dat denk ik niet. Dit is het nut van vaste gewoonten. Een nieuwe gewoonte laten ‘inslijten’ duurt een paar weekjes maar daarna heb je er alleen maar profijt van. Voorspelbaarheid bespaart je ook veel energie, zeker als andere dingen in je dagen niet zo regelmatig zijn.

Wat krijg je dan? Bereik meer met minder:

Meer energie door minder gedoe

Sneller schoonmaken door minder rommel en spulletjes

Meer tijd door minder aarzelen

Meer ruimte in je hoofd: meer vrijheid

Het gaat met vallen en opstaan. Herken je dat? Een enorme valkuil is perfectionisme. Het hoeft niet allemaal in één keer en het hoeft ook niet in één keer 100% goed. Doe het beste wat je kan in jouw situatie en wees tevreden met elke vooruitgang, hoe klein ook.

Eskobablog 11 - Iedereen kan opruimen – Misverstand of waarheid?

Wat kan een opruimcoach voor je betekenen? Wat te doen als je last hebt van al je spullen, en je komt er niet zelf uit? Terwijl opruimen je zo’n goed gevoel van opluchting kan geven, voldoening, rust. Het is echt geen schande als je het niet alleen kunt, sterker nog, het wordt steeds normaler om een professional organizer of opruimcoach in te huren. Hulp vragen getuigt juist van realiteitszin.

“Ja maar, iederéén kan toch opruimen?” vroeg mijn vriendin B. mij laatst. “Waarvoor zou je dan een opruimcoach inhuren?” B. is zelf heel geoefend in het maken én onderhouden van stapels (papieren en kleren vooral) en ze kan inderdaad opruimen. Haar probleem is vooral uitstelgedrag. Dat is dus de kwestie: sommige mensen kunnen inderdaad niet zo goed opruimen, want ze zien geen verbanden, anderen hebben tijdgebrek, weer anderen blijven het maar uitstellen. Allemaal beginnen ze er dus niet aan, zodat het alleen maar erger wordt en ze na een poosje totaal het overzicht zijn verloren. En de moed.

Stapels maken

Een van mijn klanten had een huis vol, wilde dolgraag opruimen maar kwam er niet aan toe en de wanhoop bekroop haar langzaam maar zeker. Twee keer ben ik haar gaan ondersteunen en begeleiden bij het opruimen. Ze had bijvoorbeeld geen plaats voor de schone was dus die lag op zolder op de vloer. Haar dochters hadden veel te weinig kastruimte voor hun kleding en er was een uitpuilende speelgoed-inloopkast. Mijn klant wilde de speelgoedkast opruimen en daar een kledingkast van maken. Tot zo ver een prima plan.

Samen gingen we aan de slag en we vorderden snel. We maakten verschillende stapels: een voor dingen die bewaard zouden blijven, een voor speelgoed waarover ze met haar dochters wilde overleggen of het weg mocht, en we vulden enkele vuilniszakken met alles wat kapot was. Bovendien maakten we een stapel van spullen die naar de kringloop konden.

Na een uur of twee voortvarend doorwerken waren we zo ver dat we de kast konden schoonmaken en begonnen met het terugplaatsen van spullen die bleven. We vulden een koffer met slaapzakken en dekens, dan waren die ook opgeruimd. Enkele planken en het hanggedeelte van de kast bleven vrij voor de kleding van de meiden. Missie geslaagd! Ik hielp mijn klant met het naar beneden sjouwen van alles wat het huis uit ging. Met elke trede klaarde haar gezicht verder op: opluchting! De ruimte die we geschapen hadden zag ik terug op haar gezicht.

Meerwaarde van de opruimcoach

Zij vertelt: “Wat ik zo fijn vind als Lisette me komt helpen met opruimen, is dat ze me bij de les houdt. Zij zorgt voor de structuur en de voortgang, dus als we beginnen, maken we de klus ook af. Als ik dat in m’n eentje probeer, strand ik altijd, want ik kom altijd afleidingen tegen. En tussendoor neemt zij altijd even de tijd om te kijken hoe het gaat, wat er nog te doen is en hoeveel tijd we nog nodig gaan hebben.”

Mijn klant van dit verhaal is iemand met een druk leven en twee pubers. Zij is heel goed in het wegdoen van spullen. Haar punt is dat ze snel is afgeleid en moeite heeft met het zien van structuur. Als opruimcoach zorg ik ervoor dat dit tijdens de klus niet in de weg zit, zodat we meters kunnen maken. Bovendien kan ik suggesties doen hoe het handiger en efficiënter zou kunnen. Ik zie bijvoorbeeld ook ruimte waar andere mensen dat niet zien: dekens in een koffer opruimen, die koffer wordt nl. toch haast nooit gebruikt maar neemt wel veel ruimte in. Een boekenkast is veel effectiever als je er extra planken in plaatst, zodat je de boeken dichter op elkaar kunt zetten. Helemaal effectief als je de boeken op grootte sorteert. Mijn motto: Veel bewaren is helemaal niet erg, als je het maar efficiënt doet!

Voor uitstellers en niet-aan-toe-komers is de afspraak met de opruimcoach deel van de oplossing: de datum en tijd staat vast, op dat moment staat er iemand voor de deur en ga je aan de gang. Dat werkt! En dan kun je met twee personen in een paar uur tijd een heel verschil maken.

Wil je weten hoe het werkt en wat ik voor je kan doen? Kijk op eskoba.nl voor meer informatie!


Eskobablog 10 - De ultieme koopmaand: december

Black Friday, Chinese Vrijgezellendag, Sinterklaas, Kerst, en dan nog de ‘gewone’ uitverkoop: het is kopen, kopen, kopen wat de klok slaat aan het eind van het jaar. Elk jaar weer worden omzetrecords verbroken, het aantal pintransacties stijgt alwéér en de bezorgdiensten kunnen het nauwelijks aan.

Hoe kun je alle verleidingen die in je deze tijd van het jaar tegenkomt de baas blijven? Met al die aanbiedingen overal wordt je het idee opgedrongen dat je jezelf tekort doet als je niet koopt. Hoe werkt dat in ons brein, waarom kopen we zoveel en kopen we zelfs dingen die we niet nodig hebben? We hebben nog nooit zoveel spullen bezeten. Hoe kan het dat we dan toch weer meer willen? Joshua Becker van Becoming minimalist wijdde er een artikel aan waarin hij verschillende redenen op een rijtje zet. Ik licht er hier een paar uit. Het is, als je het zo bekijkt, helemaal niet zo raar dat we zoveel kopen.

Je koopt met je gevoel

Sommige mensen halen een gevoel van veiligheid uit bezit. En dat is terecht want materiële zaken brengen ons ook veiligheid: een huis, eten, kleding bijvoorbeeld. Jammer genoeg leveren meer spullen niet meer veiligheid op: nadat aan de basale levensvoorwaarden is voldaan, halen we veel minder zekerheid uit bezittingen dan we geloven. Andere mensen hopen gelukkig te worden met hun spullen: een groter huis, snellere auto, de nieuwste gadgets. Dit is ook al niet waar: het geluk dat je uit extra bezittingen zou kunnen halen is hooguit tijdelijk.

Wij mensen zijn ook veel vatbaarder voor advertenties dan we zelf denken. Dat laatste vind ik interessant. Wie kent niet de stelling dat irritante wasmiddelenreclames net zo goed of zelfs beter werken dan leuke? Zeker tegenwoordig is reclame onvermijdelijk: je hoeft maar iets op te zoeken op internet en je ziet het dagenlang in beeld verschijnen. Het schijnt dat we aan wel 3000 advertenties per dag worden blootgesteld. Op subtiele wijze speelt reclame op ons in: het gaat allang niet meer om feiten maar om een belofte van avontuur, reputatie, plezier, bevrediging. We beginnen te geloven in zo’n product of merk: ja, dit maakt ons leven echt beter. En vervolgens ga je voor de bijl.

Spelletjes

Als een artikel is afgeprijsd speelt het brein spelletjes met ons. En de winkeliers ook: die zetten een heel scala aan trucjes in om ons te laten geloven dat het artikel bijna is uitverkocht of dat heel veel mensen voor ons het ook hebben gekocht. Ze gebruiken rode banners en stickers, want de klanten associëren die kleur met korting en sale. En daar ga je: je ziet iets wat is afgeprijsd van 100 naar 75 euro. Dat is aantrekkelijk! Als je het koopt ben je 75 euro armer. Je hebt geen 25 euro bespaard, maar 75 euro uitgegeven.

Stel het uit!

Je moet dus sterk in je schoenen staan om deze trucs het hoofd te bieden. Voor de aankoop een stukje zelfonderzoek doen is een stuk moeilijker. In een drukke winkel ga je niet uitgebreid staan analyseren: welk gevoel geeft dit artikel mij? Hmm, zoek ik misschien veiligheid of voelt het toch meer alsof ik onder invloed van reclame ben? Misschien dat het online beter werkt, dan zit je vaak in een rustiger omgeving. Aan de andere kant, via de computer doe je eerder een impulsaankoop dan in een winkel en al helemaal als je via een touchscreen shopt. (Dit is aangetoond door de Universiteit van British Columbia.) Misschien is de beste tactiek die van uitstel. Probeer altijd een dag uitstel te nemen voor je tot aanschaf overgaat. Grote kans dat je er dan anders tegenaan kijkt.

Ik hoorde vandaag een verhaal over Black Friday, waardoor ik dacht: Ja, op die manier heb je er iets aan. De dochter van een kennis had een nieuwe laptop nodig voor school. De laptop in kwestie kostte 600 euro, en het gezin heeft geduldig gewacht met de aanschaf tot Black Friday: 150 euro korting. Met andere woorden: als je koopt, koop zo verstandig mogelijk. Zo komen we er wel.

Eskobablog 9 - Oktober: de maand om te veranderen

Het is oktober: tegenwoordig de maand van de nieuwe gewoonten. Waarom, dat weet ik niet, maar het is stoptober (roken), buy nothing new maand (shoppen) en ook opruimchallenge-maand bij De Volkskrant. Overal gaat het over opruimen en ontspullen. Ik haak er graag op in met wat tips voor de beginnende opruimer. Maar soms hoor je ineens een tegengeluid, en terecht, van mensen die hun huis helemaal niet leeg willen maken en juist graag dingen bewaren. Dat is ook prima!

Op mijn site zeg ik het en ook in persoonlijke gesprekken, en ik meen het ook: niet alles moet weg. Opruimen om het opruimen? Nee! Omdat het ineens een modeverschijnsel is? Nee!

Als je een huis vol hebt maar er geen problemen mee hebt, als je weet wat je hebt en waar het is, dan zou ik mijn tijd beter weten te besteden.

Heb je last van je spullen of het teveel ervan, staan ze in de weg? Zitten ze je mentaal in de weg? Ja, dan moet je op gaan ruimen. Dan ben je op het punt waar je er beter van wordt als je minder spullen hebt.

Stap voor stap

Voor al die mensen die wel een probleem hebben met hun teveel aan spullen, is er een oplossing: stap voor stap opruimen.

Je kunt, zegt journalist Stefanie Bottelier in De Volkskrant, ironisch genoeg een kast vullen met alle boeken die er over ontspullen en opruimen zijn verschenen. En dat zei zij al in oktober 2016, en sinds die tijd zijn er nog véél meer boeken bij gekomen.

Maar heb je echt zo’n boek nodig? Ik denk van niet. Als jouw probleem groter is dan wat te veel zooi, zoals bijvoorbeeld hoarding of als je concentratieproblemen hebt, heb je waarschijnlijk meer aan een professional die je komt helpen. Andere mensen moeten hun voornemen om op te ruimen waarheid laten worden en dat begint met het vrijmaken van tijd. Maak een afspraak met jezelf en schakel afleidingen uit. Dat is stap 1. En je moet je actiegebied afbakenen: niet het hele huis ineens, dat gaat zeker niet werken, maar een regio in je huis: de keuken, de berging, de kledingkast. Dat is stap 2. Lukt het je niet na herhaald proberen, dan kan het een idee zijn om eens een opruimcoach uit te nodigen.

Blij worden hoeft niet altijd

Met gezond verstand en een dosis realisme kom je een heel eind: kom je dingen tegen die je was vergeten, dubbel hebt en/of al jaren niet hebt gebruikt, dan kunnen die weg. Nog goed bruikbaar? Kringloop. Zet het niet lukraak neer maar zorg van tevoren voor dozen, bakken of Ikeatassen waar je spullen in kunt groeperen. Uit al die opruimboeken kun je trucjes halen, maar ze moeten wel werkbaar zijn. De Japanse Marie Kondo, met wie het eigenlijk is begonnen, wil dat je alles op de vloer uitspreidt, maar wie doet dat nou? Dan haar beroemde criterium: je moet er blij van worden. Aan veel mensen niet besteed, je hebt toch ook gewoon nuttig spul in huis. Laat dat voor wat het is en wees realistisch.

De juiste volgorde

Belangrijke tip 1: bezwijk niet voor de verleiding om doosjes, mapjes of kastjes te kopen om je spullen ‘in op te ruimen’. Grote kans namelijk dat je iets koopt wat ná het opruimen toch niet handig blijkt te zijn. Zit je daar weer mee.

Belangrijke tip 2: begin met wat het nodigst opgeruimd moet worden en waar je niet emotioneel aan gehecht bent. Papieren of keukenkastjes bijvoorbeeld. Je krijgt er namelijk zelfvertrouwen van als het je lukt. En dan wordt het gemakkelijker om verder te gaan. Sentimentele dingen opruimen bewaar je het beste tot het laatst. Geniet, al doende, van de ruimte die je schept en pak door! En wat er het huis uit kan, breng dat ook daadwerkelijk weg. Voel je je lichter na afloop? Klopt! Goed gevoel hè?


Eskobablog 8 - Spullen bewaren – staat dat voor geborgenheid of voor ballast?

In haar documentaire ‘Bewaren – of hoe te leven’ onderzoekt Digna Sinke de verschillende manieren waarop mensen met herinneringen omgaan – en met spullen. Staan die voor geborgenheid of voor ballast?

Alles heeft een verhaal

Thuis zit Digna’s hoogbejaarde moeder, over wie de film voor een groot deel gaat, aan een lege tafel, waarop Digna telkens een voorwerp plaatst: een lang geleden zelf genaaide deken, een damestas, een vorkje, fotoalbums van haar moeder. Een eindeloze stroom van dingen die de moeder decennia heeft bewaard. Wat het ook is, hoe oud ook, Digna’s moeder herinnert zich feilloos het wat en waar. Ze heeft er overduidelijk lol in, vraagt zich hardop af wat er nu weer komt. De appel is niet ver van de boom gevallen: Digna is zelf ook een geboren hamster. Voor haar en voor haar moeder zijn de spullen onlosmakelijk verbonden met de herinneringen.

De andere kant van bewaren: minimaliseren

Op reis ontmoet Digna ‘digitale nomaden’: mensen die de wereld rondreizen en leven uit een heel klein koffertje, bijna niets hebben. Hun belangrijkste bezittingen zijn zonder uitzondering hun laptop en hun paspoort. Ze zijn (meestal) ook jong en ongebonden. De minimalisten willen beleven, niet bezitten. Bezittingen zien ze als last. ‘Live today’ staat op iemands arm getatoeëerd: het verleden telt niet mee.

Wat bewaar je?

Ik zal het eerlijk toegeven: al zeer snel in de film kreeg ik de kriebels. Wat een hoeveelheden ouwe zooi kwamen voorbij. Vooral albums, meervoud, vol met ingeplakte suikerzakjes van Digna zijn mij bijgebleven. Tuurlijk, ieder kind spaart wel iets, maar moet dat ook allemaal bewaard blijven?

De film raakte mij dus wel. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zal zijn voor Digna als zij straks al die spullen moet gaan opruimen na haar moeders overlijden, en zeker omdat zij ook zo gehecht is aan dingen. Dat leek me een hele opgave. De moeder van Digna zegt onverbloemd dat haar kinderen het maar moeten uitzoeken als ze dood is. Ze is niet van plan iets weg te doen.

Ook als opruimcoach kwam het wel bij mij binnen. Het is namelijk wel een vraagstuk waar veel mensen tegenaan lopen als hun ouders komen te overlijden. Bijzondere oude spullen moet je misschien bewaren. Veel van die spullen zijn bijzonder geworden omdat ze oud zijn, en dus bewaard door de generatie(s) voor jou. Hadden die wat beter opgeruimd, dan had jij er nu niet over na hoeven denken. Wat is wijsheid? Heeft het waarde, zelfs sentimentele waarde, als het maar in een kast of op zolder ligt te liggen? En hoe erg is het eigenlijk als je iets vergeet?

Misschien kan de film als spiegel fungeren voor mensen die ook een huis vol tastbare herinneringen hebben. Enerzijds als een soort waarschuwing: je zadelt je nabestaanden er mee op. Anderzijds is het ook een trigger om eens na te denken over wat je belangrijk vindt, wat er nog bewaard moet blijven in de familie als je er niet meer bent. En dan maar hopen dat die familie er ook zo over denkt.

Op 1 oktober zendt de VPRO een iets verkorte versie van de film uit.

Eskobablog 7 - Wat is minimalisme nou precies?

Wat voor beeld heb je voor ogen bij het begrip minimalisme? Een leeg huis met alleen een witte bank in de woonkamer? Alles digitaal doen en hebben? Kinderen die maar heel weinig speelgoed hebben? Nooit iets kopen?

Je vult het zelf in

De waarheid is: er bestaat geen vaste definitie van minimalisme. Maar er bestaan wel een heleboel boeken en blogs die over minimalisme gaan, en vaak zeggen die: minimalisme is een heel individuele keuze en heeft helemaal niet zoveel met spullen te maken. Ja, het begint vaak met een proces van ontspullen, maar gaandeweg komt daar dan zoiets als bewuster leven bij: je bewust zijn van je aankopen, van wat je echt nodig hebt en wat niet. Het gaat over schuldenvrij leven en je ecologische voetafdruk. Minder hoeven werken omdat je minder geld nodig hebt, want je hebt weinig spullen nodig en daarom kun je misschien zelfs wel met een kleiner huis toe. Daar raak je aan de crux: keuzes maken en meer met de kwaliteit van je leven bezig zijn, met de mensen in je leven, dan met materialistische dingen. Als de minimalist dan geld uitgeeft, dan aan kwalitatief hoogwaardige spullen die lang meegaan. En, en dat is wat mij betreft een van de belangrijkste aspecten, aan belevenissen en aan het samenzijn met andere mensen. Aan het scheppen van herinneringen, kortom.

Maar goed, iedereen kan dus een minimalist zijn op zijn eigen manier. Je kunt een digitale nomade zijn met niets meer dan een laptop en een paspoort, in een tiny house gaan wonen of een shopstop volhouden, of je huis actief opruimen en leger maken, de mogelijkheden zijn eindeloos. Hoe je begint en waar je eindigt, dat vult iedereen verschillend in.

Mijn eigen invulling is (op dit moment) dat ik eigenlijk niets in huis wil hebben dat ik niet echt gebruik, of waar ik geen plezier aan beleef. Ik heb dus bepaald geen leeg huis! Als er wel eens iets binnensluipt dat daar niet aan voldoet, dan probeer ik dat zo snel mogelijk op te maken of weg te geven. Ik doe niet aan voorraden. Tuurlijk, ik koop wel eens wat extra’s, want ik ben geen dief van m’n eigen portemonnee dus let ik op wat er in de reclame is. 2 voor de prijs van 1 van iets wat ik vaak gebruik? Doen! Maar ik heb dus geen kasten vol. Ik ben al jaren aan het opruimen en het ging in het begin keihard. Ik had echt een huis vol zooi! Toen ging ik verhuizen en dat was een goede aanleiding om het voort te zetten. Mijn verhuizing is inmiddels bijna drie jaar achter de rug en nog vrijwel elke week gaat er wel iets uit. Wat zijn de laatste items? Een paar sandaaltjes dat kapot ging, ik had ze al een keer gelijmd, nu was het genoeg geweest. Een vaasje dat ik echt nooit gebruik. En boeken, aan de lopende band gaan er boeken uit.

Fotoalbums wegdoen?

Zou je het je kunnen voorstellen om fotoalbums weg te gooien? Ik had er heel veel uit de tijd dat ik reisbegeleider was, grote albums met echte foto’s en vaak ook kaartjes en extraatjes erbij geplakt. En ik had wat oudere albums van vakanties met mijn exen. Allemaal zaten ze me in de weg, want ik keek er nooit meer naar om en ze namen wel veel plaats in beslag. Bovendien ben ik op sommige plaatsen later nog vaker geweest en heb toen veel mooiere foto’s gemaakt. Na rijp beraad ben ik ze maar gaan doorbladeren. Bleek dat ik er echt niet meer warm van werd. Het was voltooid verleden tijd. Sommige foto’s die ik leuk vond heb ik eruit gescheurd, en in een envelop gestopt. De albums, ik geloof vijf om mee te beginnen, heb ik zonder er veel bij na te denken weggegooid. Nooit spijt van gekregen en wat een ruimte scheelde dat! De volgende vier waren uit een wat latere periode, toen ik al een digitale camera had. Alle foto’s die erin waren geplakt had ik dus ook op mijn laptop staan. Van de ‘bijplaksels’ heb ik sommige dingen eruit gescheurd en ook weer in een mapje gedaan. En opnieuw zonder problemen een stapel van die maxi-albums in de container gegooid. Ja, ik heb ooit veel tijd besteed aan het inplakken van al die foto’s en het schrijven van de bijschriften. Dat ging wel door me heen. Maar wat had ik daaraan als die albums in een plastic doos zaten onderin een kast en ik er jarenlang niet naar omkeek? Die foto’s ben ik niet kwijt en de echt leuke dingen heb ik nog. Kortom, ik voelde opluchting. Ik sluit niet uit dat ik deze actie binnenkort herhaal met andere oude albums. En heb ik ooit nog omgekeken naar die envelop met uitgescheurde foto’s? Om eerlijk te zijn: nee. Maar die neemt heel wat minder plek in beslag en zit me niet in de weg.

Zo ben ik zelf dus langzaam maar zeker aan het minimaliseren. Al opruimend ben ik er achter gekomen dat ik persoonlijk maar aan heel weinig spullen echt ben gehecht. Het gebeurt me zelden of nooit dat ik iets mis. Soms maak ik een foto ergens van. Gewoon om niet te vergeten hoe het eruit zag. Het klinkt een beetje clichématig maar ik vind het dus echt bevrijdend. Die zooi drukt mentaal niet meer op me, ik heb meer ruimte, ik vind het heerlijk. Ik weet wat ik bezit en waar het is.

Ik eindig deze blog niet met de gebruikelijke aanmoediging van ‘probeer het eens een tijdje en kijk of het voor jou werkt.’ Minimalisme komt in alle soorten en maten, voor iedereen ziet het er anders uit. Als je je erdoor aangesproken voelt, bekijk dan welke vorm voor jou interessant is.

Maar één ding staat wat mij betreft vast: als je meer rust en harmonie in je leven, je hoofd en je huis wilt, begin dan met opruimen. Opruimen werkt altijd. Less is more.








Eskobablog 6 - Uit de koffer leven

Het is vakantietijd! Mooi moment voor een blog over mijn oude leven, als reisbegeleider en globetrotter. En over leven uit de koffer. Vakantie kan een bevrijdende ervaring zijn, je bent even los van de dagelijkse sleur en verplichtingen, je hoeft een heleboel dingen niet én je hebt maar weinig bezittingen. Zie je wel, je hebt eigenlijk helemaal niet zoveel nodig. Lekker hè?

Wat neem jij mee als je op vakantie gaat? Ongeacht of je iemand bent die veel of weinig meeneemt, of je luxueus in een hotel logeert of backpackt, niemand neemt alles mee wat hij heeft, je maakt altijd een keuze. Waar is die op gebaseerd? Natuurlijk: op waar je naartoe gaat en wat je daar gaat doen. Maar waar nog meer op? Je neemt dingen mee met een reden: wat je nodig denkt te hebben. De rest blijft thuis, misschien denk je er niet eens aan tijdens je vakantie.

Vroeger leefde ik zo’n zes maanden per jaar uit de koffer, gemiddeld. Nouja, koffer, in het begin was het een rugzak en toen die sneuvelde kwam er een grote reistas met wieltjes. In die tijd werkte ik als reisbegeleider in Zuid-Amerika en in mijn vrije tijd reisde ik de hele wereld over. Ik was gewend om weinig bij me te hebben en alles regelmatig te gebruiken. Een keer, na aankomst in een plaats in Mexico waar ik afscheid moest nemen van onze buschauffeur, maakte ik op straat mijn tas open om een T-shirt op te graven dat ik aan hem wilde geven, een nieuw T-shirt met het logo van het reisbureau. Altijd bij het uitstappen dromden er straatkinderen om ons heen, nieuwsgierig en hopend dat er iets voor ze over zou schieten. Zo ook nu. Ik maakte dus mijn tas open en sloeg de flap terug. De kinderen bogen zich naar voren en keken vol verbazing toe. “Wauw, wat heeft zij veel spullen”, riep een jongetje. “Moet je kijken!” Met armgebaren haalde hij zijn vriendjes erbij zodat ze niets van dit schouwspel zouden missen. Wat een rijkdom!

Pas later begon ik hierover na te denken. Ik had in Nederland nog een heel huis vol met spullen, het was maar goed dat dat jochie dat niet wist. Eigenlijk was het beschamend. Het verschil tussen mijn wereld en die van hun werd op deze manier pijnlijk duidelijk: zij waren onder de indruk van iets wat voor mij maar een kleinigheid was. Dat het maar een klein deel van al mijn bezittingen was, zal niet in hen opgekomen zijn.

Als ik er nu op terugkijk vond ik het een overzichtelijk leventje, met zo weinig spullen. Ik genoot ervan dat ik nooit lang na hoefde te denken over wat ik aan zou trekken, want zoveel keus had ik niet. Ook aan toiletspullen en sieraden had ik niet zoveel bij me. Boeken en tijdschriften ruilde ik. Als ik toch iets nodig had, leende ik het en anders kocht ik het, maar ik moest elke extra kilo zelf meeslepen. Dat weerhield me wel.

Toch, en het klinkt tegenstrijdig, heb ik in die periode ook veel spullen verzameld, want vaak kreeg ik aan het eind van de reis van mijn klanten kleding, boeken, medicijnen of zonnebrandmiddel. Een hoop van die dingen heb ik gebruikt en waren na een tijd op. Dat was makkelijk. Andere dingen heb ik weggegeven, dat was ook makkelijk. Ik heb in die elf jaar tijd ook wel een heleboel souvenirs verzameld, sommige dingen gekocht, andere cadeau gekregen. (En ik speelde dan een beetje vals met het rondslepen: omdat ik vaak in hetzelfde hotel terugkwam, liet ik daar een tas achter met zulk soort dingen.)

Natuurlijk snap ik ook wel, en zo leef ik nu ook, dat je in het dagelijks leven wel meer nodig hebt dan wat er in een koffertje past. Je gebruikt meer en andere kleding en allerlei spullen voor je werk, hobby’s en het huishouden. Het is een illusie dat je thuis ook door kunt met die beperkte hoeveelheid. Maar het gevoel van loslaten dat je tijdens je vakantie hebt, kun je misschien thuis nog even vasthouden, en dan inzetten om met frisse blik naar je keukenkastjes of kledingkast te kijken.

Ga jij deze zomer ook met vakantie? Geniet van de tijdelijke bevrijding! En als je een minuutje over hebt, sta dan eventjes stil bij met hoe weinig je toe kunt.

Eskobablog 5 - Ben je bang om spijt te krijgen?

Nu ik een aantal maanden echt actief ben als professional organizer en er veel over praat met allerlei mensen, valt me een uitspraak op die steeds terugkomt: “Ik ben bang dat ik iets wegdoe waar ik later spijt van krijg.” Het komt trouwens vaak uit de mond van vrouwen en dan gaat het meestal over kleding. Of het gaat over oude studieboeken, stel dat je toch nog eens iets op zou willen zoeken? De afkeer van verlies is normaal, ik lees het overal. Wie wat bewaart, heeft wat. Maar het kan je flink in de weg zitten, als je tegelijk ook ruimte wilt scheppen.

Deze angst heeft een verlammend effect op je opruimpogingen. Hoe kom je er overheen? Het punt is natuurlijk dat ik hier wel een heel nuchter verhaal kan gaan houden (80% van de tijd gebruik je maar 20% van je spullen, de wereld vergaat niet, wat je mist valt het meest op, en zo verder) maar dat gaat niet werken. Wat ik denk dat wel werkt, is jezelf aanzetten tot wat zelfonderzoek. Stel, je hebt bepaalde schoenen die je altijd bij een bepaalde jurk droeg, maar die jurk was versleten en heb je weggedaan. De schoenen heb je gehouden, want het kan best zo zijn dat je nog eens een jurk vindt waar ze bij passen. Jaren verstrijken en met deze schoenen kom je terecht in de kwestie ‘ik weet dat bewaren nergens op slaat, maar wat als ik er spijt van krijg’.

Om je te helpen nuchter naar je twijfelspullen te kijken kun je jezelf deze gewetensvraag stellen: als ik dit ding nog niet bezat, hoeveel zou ik er dan voor willen betalen? Zou ik het überhaupt aan willen schaffen? Zo kun je de werkelijke waarde bepalen die het voor jou heeft. Hier is namelijk een psychologisch-economisch effect aan het werk: wij hebben de neiging om hogere waarde toe te schrijven aan onze bezittingen dan aan dingen die we niet bezitten. Het pure feit dat wij een bepaald voorwerp hebben, maakt het waardevoller. Daarom hebben we moeite er afscheid van te nemen. Maar als je hetzelfde zou moeten aanschaffen, dan is het ineens minder waard en wil je er niet voor betalen, of in elk geval niet zoveel. Dit effect heet het Endowment Effect. Dat is lastig te vertalen, maar het komt er op neer dat als je iets bezit, of zelfs in een winkel even mag vasthouden of uitproberen, je het onmiddellijk meer waarde gaat toekennen. Het helpt als je je hier bewust van wordt, want dit effect treedt op in ons brein zonder dat we daar veel invloed op hebben. (Dus het is ook een veelgebruikte verkooptruc!) En ik bedenk me ineens: misschien hebben we daarom ook wel moeite om toe te geven dat iets een miskoop is!

Mag ik er nog een spreekwoord tegenaan gooien? Uit het oog, uit het hart. En dat is ook waar. Het is een gevoelskwestie. Je doet die schoenen toch weg, je kunt best beredeneren dat de kans dat je ze ooit nog zult dragen, heel klein is. In een opruimbui besluit je ze een tweede leven te gunnen en ze gaan in de kledingbak. Je neemt willens en wetens het risico dat je over een poosje denkt: “Oeh, had ik ze nog maar.” En wat gebeurt er? Die nieuwe jurk komt er nooit en je vergeet die schoenen. En zelfs als je die schoenen ineens wél mist met een pijnlijke prik van ‘wat onwijs jammer, had ik ze nog maar’, weet dan dat dat gevoel ook weer weg ebt.

En er is nog een tweede opmerking die ik vaak hoor in mijn gesprekken over organizing. Een heerlijke, vind ik, namelijk dat het opruimen zo oplucht! Eindelijk die klus geklaard! Je hebt de emoties en de uitgestelde beslissingen getrotseerd en meer lichtheid in je bestaan gebracht. Lichter is goed! Gun jezelf dat en neem een risico.

Eskobablog 4 - Stoppen met shoppen

Wat is de makkelijkste manier om te zorgen dat je huis leger wordt?

Zorgen dat er niks binnenkomt. Zie ook mijn blog ‘Houd het buiten de deur!’. En in dat blog heb ik het ook over impulsaankopen. Dat kan echt een probleem zijn. Niet alleen geef je geld uit dat je maar één keer uit kunt geven, het brengt soms dingen in je huis die je bij nader inzien domweg niet hoeft, wilt en/of nodig hebt. Het vergt discipline om ze terug te brengen, het is gedoe. Dus hou je ze. Jammer dan. Veel dingen, vooral kleding en spulletjes voor in huis, die ik de laatste tijd naar de kringloop heb gebracht, waren impulsaankopen (van jaren geleden).

En dan heb je ook nog de aankopen die je doet omdat je shoppen een leuk tijdverdrijf vindt. Het is niet makkelijk om jezelf een shopstop op te leggen. Maar waarom niet proberen? Gewoon, domweg niets kopen. Ik lees op verschillende blogs en websites hoe verrijkend het is. Zelf heb ik het ook wel eens een maand gedaan en ik vond het best een uitdaging, maakte er een spelletje van met mezelf. Voor de duidelijkheid, we hebben het niet over boodschappen en drogisterijartikelen. Maar wel over spullen die je niet nodig hebt om je huishouden draaiend en je lichaam gevoed en gewassen te houden. Voor mij waren dat vooral tijdschriften, kleding en dingetjes voor in huis.

Doe het gewoon een poosje (een maand, een half jaar, een heel jaar) met de dingen die je al hebt. De schrijfster Susan Shain berichtte in de New York Times over ene Miss Flanders die het een heel jaar deed. Ze kwam haar eigen slechte gewoontes tegen (veel geld uitgeven aan koffie to go), maar ze leerde ook om spullen te lenen, te repareren en te naaien. Het mooiste? Ze vond waarde in zichzelf in plaats van in haar spullen. Ik vind dat een beetje stichtelijk overkomen maar het is totaal anti-materialistisch.

Dit zijn enkele tips:

Zoek van tevoren uit waar je je geld aan uitgeeft, dus houd minimaal een maand een kasboekje bij. Dan ben je beter voorbereid op verleidingen. Je kan het ook zien aan wat er in je huis staat natuurlijk. De vraag die daarbij hoort is uiteraard: heb ik nog meer nodig?

Ruim op, zodat je weet wat je allemaal hebt én waar het is. Dan is het ook bruikbaar zodra het nodig is.

Bedenk wat je allemaal niet gaat kopen en wat wel. Voedsel en waspoeder staat buiten kijf, maar wat doe je bijvoorbeeld met cadeaus? Mag je die kopen of ga je all the way en die zelf maken of recyclen? Hoe streng ben je met uitjes? Het is natuurlijk niet je bedoeling om een jaar lang op de bank te zitten. En al kun je ook heel goed gratis uitjes ondernemen, toch zit je al snel aan reis- en parkeerkosten, entreegeld en zulk soort kosten.

Miss Flanders bespaarde 14.000 dollar in een jaar en ging zelfs nog een jaar door. Ze stopte met denken dat een aankoop haar leven beter zou maken. Ik denk dat ze daar helemaal gelijk in had. Toen ik het probeerde kwam ik heus wel eens iets tegen waarvan ik enthousiast dacht: “Dat is leuk! Dat wil ik!” En dat gevoel ebde altijd weg. En omdat ik er een spelletje met mezelf van had gemaakt, had ik er plezier in dat ik het weer een dag had gered. En het besef daalde in dat mijn leven niet minder goed was geworden. Dat maakte het makkelijker.

Het bedrag dat je kunt besparen kan een enorme stimulans zijn: het is een waarheid als een koe dat je je geld maar één keer kunt uitgeven, hoeveel je er ook van hebt. Met het bespaarde geld kun je op vakantie, een grote aankoop doen die je nodig hebt (nieuwe matras, kunstwerk, verzin het maar) of je hypotheek aflossen. Dat is misschien niet sexy maar wel een goede langetermijnbesteding. Voor iedereen is het anders, maar zolang je niet hoeft te beknibbelen in de supermarkt, kan het een spannende, leerzame periode worden. Kwaad kan het nooit, vind ik. Probeer maar eens uit hoe minimalistisch je kunt zijn!

Eskobablog 3 - Wanneer het lastig is om spullen los te laten

(losjes gebaseerd op Nourishing minimalism)

Het loslaten van spullen valt mensen vaak zwaar, dat kunnen we rustig stellen. Allerlei verplichtingen of zelfs angsten steken de kop op in hun gedachten: dit kún je niet wegdoen. Stel, je hebt een oude vaas, die je eigenlijk niet eens mooi vindt en nooit gebruikt, maar hij staat nog steeds in de kast. Tsja, wat te doen? Het helpt om hier een paar nuchtere vragen aan jezelf te stellen. Als je vier of vijf keer vraagt: waarom?, dan krijg je ineens een ander beeld. Dat gaat dan bijvoorbeeld ongeveer zo:

Waarom zou ik deze oude vaas houden? Omdat hij al generaties in de familie is.

Waarom? Oma wilde dat hij in de familie zou blijven.

Waarom? Omdat haar vader opgroeide in de crisisjaren en haar op het hart drukte dat je nooit iets weg mag doen.

Waarom? Omdat het toen heel moeilijk was om aan spullen te komen.

Geldt dat nu ook nog? Nee.

Deze vaas is dus generaties lang bewaard uit angst. Hun angst, niet jouw angst. In deze tijd van overvloed kunnen wij heel makkelijk nieuwe spullen kopen, lenen of via de kringloop verkrijgen. Is de vaas nog helemaal heel en is hij geld waard? Probeer hem te verkopen. Lukt dat niet of is hij niet veel waard? Misschien vindt iemand anders hem helemaal te gek. Gun de vaas een tweede leven en iemand anders de lol ervan. Breng hem naar de kringloop. Het kan je helpen om een foto te maken. Zo hoef je niet bang te zijn dat je vergeet hoe het voorwerp eruit zag, maar je maakt wel ruimte vrij. Ook in je hoofd!

En over angst: je brengt jezelf ertoe iets weg te doen en werkelijk waar, dan zul je altijd zien: een week later is het ineens nodig. Stel je eens voor dat het echt gebeurt: je hebt jarenlang een oud strijkijzer bewaard want dat zou nog wel eens handig kunnen zijn als een neefje of nichtje op kamers ging. Bij een opruimsessie besluit je het weg te doen. Nog geen week later blijkt dat het strijkijzer van de buurvrouw kapot is gegaan en dat ze het graag even had willen lenen. Maar wat gebeurt hier nu echt? Het wegdoen van het gros van de spullen levert geen problemen op, maar dit ene geval springt er natuurlijk uit. Je ziet je redenering bevestigd: “Ik heb het altijd geweten! Het is toch wel nuttig om veel dingen te bewaren.”

Terwijl, als je hier nuchter naar kijkt, ook kunt zeggen: je bewaart een voorwerp voor je-weet-maar-nooit, maar als dan het moment is gekomen dat het daadwerkelijk nodig is, is de kans groot dat je niet weet waar het is gebleven. Of blijkt het toch verouderd of stuk te zijn. Er zijn organizers die zeggen: als je iets al jaren bewaart voor ooit, maar je kunt het binnen 20 minuten voor 20 euro of minder vervangen, doe het dan weg. Los van het feit of iemand die 20 euro te besteden heeft, is dit geen antwoord op die mentale kwestie: behoudzucht, dingen die nog bruikbaar zijn tegen de klippen op bewaren. Iedereen die spullen heeft bewaard die al twee jaar, tien jaar of misschien zelfs al twintig jaar werkeloos op zolder liggen te verstoffen, snapt dat dat redelijk zinloos is. Maar ja… wat als? Als je je daar niet van los kan maken, kan dat op je drukken. In feite maak je er een pijnlijk moment van terwijl dat nog niet aan de orde is. En misschien wel nooit aan de orde komt.

Zoals ik ook op mijn website schrijf: Twijfels horen erbij. Het kan nu eenmaal gebeuren dat je de keus maakt om iets weg te doen wat je een week later nodig hebt. Je kunt het niet meer terughalen. Het is gewoon heel jammer. Je kunt het zien als een leerzaam moment: je hebt spijt, het is jammer, maar de wereld draait gewoon door. Wat goed kan helpen is het tijdelijk ergens anders onderbrengen van twijfelgevallen: bijvoorbeeld in een doos in de garage of bij iemand anders thuis. Spreek met jezelf af dat als het een bepaalde, afgebakende periode niet nodig is geweest en je het niet hebt gemist, het alsnog weg gaat. Dit kan je over de drempel helpen. Succes met loslaten!



Eskobablog 2 - Houd het buiten de deur!

Huizen hebben de nare eigenschap om een soort dicht te slibben, ongemerkt. Ik herinner me nog toen ik in mijn vorige huis ging wonen, dat ik daar lege planken in allerlei kasten had. Een paar jaar later niet meer. Hoe kwam dat nou?

Er komt van alles sluipenderwijs onze huizen binnen. Post, cadeaus, spullen van je werk of kinderen, boodschappen, en soms van dat alles iets te veel. Of te snel.

Niet doen! Ja, dat klinkt zo makkelijk! Hoe doe je dat dan?

Persoonlijk ben ik een groot voorstander van ‘Houd het buiten de deur!’ Logische eerste stap, toch? Wat niet binnenkomt kan zich ook niet ophopen. Een van de makkelijkste binnensluipers om op te lossen is post. Een nee/nee of eventueel nee/ja sticker op je brievenbus scheelt al een hoop. Vrijwel alle verzekeringsmaatschappijen, energieleveranciers, telecomproviders (etc etc) en de Rijksoverheid bieden je de mogelijkheid om een account te openen op een persoonlijke pagina. Je kunt er ook je persoonlijke gegevens bijhouden en vaak ook facturen en je verbruik inzien. Het scheelt een hoop papier. Bankafschriften, ook zoiets. Kun je inzien op internet, papier is eigenlijk niet meer nodig. Op internet kun je ook heel makkelijk zoeken naar bepaalde betalingen.

Als fervente krantenlezer ben ik een paar jaar geleden begonnen met de krant op mijn tablet te lezen. Werkt prima en scheelt me toch een berg oud papier! Zo kun je ook met tijdschriften omgaan, of lezen wat je interesseert via Blendle. Of ze opzeggen, als ze zich ophopen omdat je er niet aan toe komt.

Wat kun je nog meer buiten de deur houden? Cadeaus, bijvoorbeeld. Krijg je elk jaar met je verjaardag goedbedoelde meuk? Vraag om een bijdrage voor een belevenis, concertkaartjes, iets waar je voor spaart of cadeaubonnen. Mensen dragen graag iets bij als je duidelijk maakt dat je graag een wat groter cadeau wilt en daarvoor alles bij elkaar legt. Of maak een verlanglijstje. Werkt ook heel goed voor kinderen! Soms krijg je ongevraagd spulletjes, bijvoorbeeld bij het Kruidvat als je iets koopt wat in de aanbieding is. Krijg je er zomaar iets bij, kan een dvd zijn of iets voor kinderen of een miniflesje haarlak. Als ik zoiets niet snel weg kan geven, belandt het meestal in de vuilnisbak. Zonde. “Nee, dank u wel”, is het beste antwoord.

Zelf ben ik met de jaren wijzer geworden… nouja, iets. Ik heb jarenlang veel gereisd voor mijn werk en kocht vaak aandenkens. Ook wel eens wat ik noem ‘mercy-aankopen’, van zielige oude vrouwtjes bijvoorbeeld. Als reisleidster kreeg ik ook vaak cadeautjes. Veel daarvan heb ik inmiddels weggedaan en de spullen die echt iets voor mij betekenen, staan bij mij thuis in de vitrinekast. Inmiddels koop ik nauwelijks meer souvenirs. Ik heb mezelf echt aangeleerd om geen impulsaankopen meer te doen. En op vakantie ben je eerder geneigd tot impulsaankopen. Daar is onderzoek naar gedaan: het begint al op Schiphol! Tegenwoordig geef ik mijn ouders geen echte cadeautjes meer als ik op vakantie ben geweest. Nee, ik breng iets te snoepen voor ze mee uit het land waar ik geweest ben. Zo zadel ik ze niet meer op met allerlei spullen.

Daar zeg je wat, trouwens: impulsaankopen. Het valt dus af te leren. Oh, we zijn allemaal menselijk en we tuinen er allemaal wel weer eens in. Ik heb de laatste tijd ook verschillende keren de impulsaankoop thuis nog eens goed bekeken, en hem uiteindelijk geretourneerd. Maar over het algemeen zeg ik nu tegen mezelf, als ik in de verleiding kom: niet doen, even over nadenken, morgen denk ik er misschien anders over. En heel vaak helpt dat!

Nog een goed principe: iets erin, iets eruit. Sommige mensen passen dat heel strikt toe, dus in die zin dat als er schoenen bij komen, er ook schoenen uit moeten. Een boek voor een boek. Ik ben er zelf niet zo streng in en mag van mezelf ook wel eens ‘vooruitwerken’. Ontegenzeggelijk scheelt het.

Een tijdje geleden haalde een poster die ik had gekocht niet eens mijn huis. Het was alleen niet helemaal de bedoeling. Ik had hem gezien bij een winkel op het station in Rotterdam, na goed nadenken aangeschaft, en liet hem bij het uitstappen per ongeluk in de trein liggen. Ja, zo lukt het wel met iets erin, iets eruit!!

Eskobablog 1 – 10 Dingen om te laten vertrekken uit je huis

(Geïnspireerd op becoming minimalist)

Opruimen in huis is vaak de eerste stap die mensen zetten op hun weg naar een eenvoudiger leven. Het is redelijk makkelijk te realiseren en iedereen kan het. Je ziet snel resultaat, ook dat is erg fijn. Zo krijg je mentale ruimte om naar andere dingen te kijken in je leven die je wilt oplossen: schulden bijvoorbeeld, of de drukte in je leven of op je werk.

Heb je moeite om te beginnen of om dingen los te laten, begin dan met de spullen waar je emotioneel niet warm van wordt, zoals misschien een van deze voorbeelden:

1             Kleren die je niet meer draagt

2             Rommeltjes uit je rommella of hoek of doos

3             Badkamerspulletjes, iedereen heeft wel ongebruikte flesjes of potjes of kammen en borstels

4             Dingen waar de helft van kwijt is: sokken waar er een van zoek is, plastic bakjes zonder deksel, zulk soort dingen

5             Kinderspullen: laat de kinderen zelf een selectie maken en beloon ze voor elke 10 dingen, bijvoorbeeld met een traktatie of hun favoriete avondeten

6             Uit je voorraadkast/vriezer/koelkast: eten dat over de datum is (tenzij het overduidelijk is dat het niet kan bederven, zoals rijst)

7             Serviesgoed: denk hier eens over na: heb je een dagelijks servies en een net servies dat je haast niet gebruikt maar wel heel mooi vindt? Waarom gebruik je dat dan niet elke dag?

8             Als we toch in de keuken bezig zijn: heb je kookspullen, ovenschalen, etc die je nooit meer gebruikt?

9             Spullen van andere mensen die bij jou gestald zijn: stuur die mensen een bericht dat ze het op moeten komen halen en geef een uiterste datum. Je bent geen opslagfaciliteit.

10           Dingen waar je depri van wordt: weg ermee!!

Lastig, die nummer 10? Probeer dan iets anders: versierspullen voor bv de Kerst die je niet meer gebruikt, leuk vindt of die kapot zijn. Of een stapel tijdschriften waar je niet aan toegekomen bent, en wat waarschijnlijk nooit zal gebeuren. Zonde? Niet als dit op je drukt omdat je vindt dat je ze moet lezen.

Accepteer dat je soms een foutje maakt. Zo had ik het laatst zelf ook: ik vond een eiersnijder in mijn keukenla. In geen jaren gebruikt. Weg ermee, dacht ik, en gooide het ding in de vuilnisbak. Drie dagen later wilde ik die eiersnijder ineens gebruiken. Ik moest er zelf om lachen: dit is toch niet te geloven! Ik groef hem weer op uit de vuilnisbak en waste hem af. Twee weekenden heb ik hem gebruikt, tot hij in drie brokstukken op de grond viel. Dat was het einde van de eiersnijder, en ik ga geen nieuwe kopen: ik kan zelf ook wel een ei snijden.